De Spelregels

Hieronder vind je een overzicht van de huidige spelregels (dd 06/09/2019) voor muurke klop, die gebruikt zullen worden op officiële toernooien, waaronder het Belgisch Kampioenschap. Zoals bij elke zichzelf respecterende sport is een reglement een levend iets en ook voor muurke klop is dat niet anders. Check deze pagina dus zeker regelmatig opnieuw en mocht je suggesties tot verbetering hebben dan horen wij ze natuurlijk graag!

Het spel zelf

Muurke klop kan op verschillende manieren gespeeld worden, maar de basis blijft wel hetzelfde. Onderstaande regels behandelen een doorsnee spelletje muurke klop, ongeacht de toernooivorm die er achter zit.
Een geldige slag

Doel van het spel

Als laatste in een groep spelers overblijven. Andere spelers worden uitgeschakeld indien ze er niet in slagen om de bal geldig (één maal op de grond en vervolgens tegen de muur) te kaatsen. Voor meer details verwijzen we je naar de sectie "Een geldige slag".

Een spel

Een spel begint met alle spelers en eindigt wanneer de voorlaatste uitgeschakeld is. Het spel gaat van start wanneer de eerste speler opslaat, en wordt telkens stilgelegd nadat een speler is uitgeschakeld, bij een geval van hinder of wanneer er een beslissing door de scheidsrechter genomen moet worden. Vervolgens wordt het weer opnieuw op gang gebracht door een opslag.

Een geldige opslag

Elk spel wordt gestart met een opslag. De speler aan opslag staat in het "opslagvak" centraal gelegen op 8 meter van de muur. Er dient met het aangezicht naar de muur opgeslagen te worden. Hard of zacht is zelf door de speler te bepalen. Er is géén tweede opslag. De volgende speler mag de opslag niet weigeren.
Een opslag is enkel geldig indien deze aan de volgende vereisten voldoet:

  • De speler aan de opslag bevindt zich volledig in het opslagvlak.
  • De bal wordt met één hand omhoog gehouden en mag niet botsen alvorens de speler slaagt.
  • De bal wordt slechts met één hand of onderarm geraakt (er mag dus niet met andere lichaamsdelen of meerdere handen tegelijk geslagen worden)
  • De bal raakt vervolgens exact één maal de grond en vervolgens de (afgebakende) muur

Verder nog de volgende zaken:

  • De volgende speler in de rij mag de opslag niet weigeren.
  • Er bestaat niet zoiets als "een tweede opslag". Deze moet van de eerste keer goed zijn, of de speler vliegt eruit.

Een geldige slag

Een slag is slechts geldig indien ze aan de volgende eisen voldoet:

  • De bal botst terug van de muur en heeft minder dan 2 keer de grond geraakt
  • De bal wordt slechts met één hand of onderarm geraakt (er mag dus niet met andere lichaamsdelen of meerdere handen tegelijk geslagen worden)
  • De bal wordt niet geschept met de hand of pols (onder scheppen verstaan we elke handeling waarbij de speler langer dan een seconde contact met de bal behoudt)
  • De bal raakt vervolgens exact één maal de grond en vervolgens de (afgebakende) muur

De volgorde

De volgorde wordt op één van de volgende manieren bepaald:

  • Op basis van het voorbije spel: de omgekeerde volgorde waarin de spelers uitgeschakeld werden, dient als volgorde voor het volgende spel. De winnaar eerst, dan de 2de, 3de, ...
  • Op basis van het behaalde punten in de voorbije ronde. Dit in geval van een toernooi waarbij al minstens één ronde gespeeld is. Bij gelijke stand wordt er gerangschikt op de voorbije poules, de geboortedatum, of wordt er getost.
  • Willekeurig. Indien er geen enkele manier is om een volgorde te bepalen, gebeurt dit door middel van loten of onderlinge overeenkomst.

Spelhervattingen

Een spel kan hervat worden om verschillende redenen. Wie juist mag opslaan, is hiervan afhankelijk.

  • Na een ongeldige slag: de speler nà de persoon die uit het spel ligt, komt aan opslag.
  • Na hinder: de speler voor wie de hinder van toepassing was, komt aan opslag.
  • Na een voltooid spel: de speler die het vorige spel gewonnen heeft, komt aan opslag.

Uitzondering op deze regel is het "finalespel", ook gekend als "3-strikes-out" (zie spelsystemen). In dit geval komt de speler die net een leven kwijt is aan de opslag.

Het terrein

De achterlijn

Deze lijn wordt bepaald door de beschikbare diepte van het terrein. Een officieel terrein is 15 meter diep. De achterlijn wordt op 3 meter van de achtergrens getrokken. Deze lijn bepaalt de afstand waarbinnen een bal dient te botsen zonder dat de volgende speler hier hinder voor kan inroepen. Als de bal voorbij deze lijn botst, mag de speler proberen verder te spelen, op eigen risico weliswaar. Als zijn slag ongeldig blijkt, ligt hij of zij uit het spel.

De zijlijnen

Er kunnen ook zijlijnen getrokken worden, waarvoor dezelfde regels als de achterlijn gehanteerd worden.

Speciale voorvallen

De volgende speciale voorvallen vereisen een tussenkomst van de scheidsrechters:

Rechtstreekse hoek
De bal raakt na de slag zowel de muur als de grond tegelijk
De speler moet nu een dubbele hoek gooien vanuit het opslagvlak
Ook wel blekkes of plekkes (naar plak) of reet, kut of foef (naar de anatomische gelijkenis) genoemd, leek "hoek" ons de meest gepaste Nederlandstalige term voor dit fenomeen.
Onrechtstreekse hoek
De bal raakt na de eerste bots zowel de muur als de grond tegelijk
De speler krijgt in dit geval géén herkansing en ligt uit het spel
Hinder
Een speler hindert een andere speler (al dan niet opzettelijk) en bemoeilijkt zodanig zijn slag
Indien opzettelijk, wordt de hinderende speler meteen uitgeschakeld voor het lopende spel.
Indien de bal over de achterlijn of zijlijn botst, mag de speler in kwestie hinder inroepen, om vervolgens aan opslag het spel te hervatten.
Indien de bal tegen de omheining of een ander dood voorwerp botst, dan wordt er automatisch hinder toegekend en mag de speler in kwestie aan opslag het spel hervatten.
Buiten spel
Links en rechts van de muur wordt het terrein afgebakend in een hoek van 5 tot 15 graden tot minstens 3,5 meter.
De verdere grenzen worden bepaald door het beschikbare speelterrein
Wanneer de bal tegen, op of over de zijkant van het veld botst, waardoor de volgende speler geen geldige slag kan uitvoeren, spreken we van "buiten spel".
In dit geval wordt er automatisch hinder ingeroepen en mag de speler die normaal gezien aan slag is het spel hervatten met een opslag.
180° regel
Een bal die van de muur terugkaatst, dient dit binnen een hoek van 180° ten opzichte van deze muur te doen.
Indien de bal toch voorbij de muur zou botsen, is dit een indicatie dat men (te nipt) op de rand speelde en is de speler die aan slag was uitgeschakeld.

Al naargelang het speelterrein worden er nog extra regels afgesproken. Dit is de taak van de scheidsrechters en zij hebben dan ook steeds gelijk, ook als het niet zo is!

Spelsystemen en puntentelling

Om een winnaar van een ronde te bepalen worden er punten uitgedeeld. Een ronde volgt steeds één van de volgende spelsystemen:

X-down
Het aantal punten dat een speler krijgt hangt af van wanneer hij uitgeschakeld is.
In een spel van 8 deelnemers worden de punten als volgt verdeeld: 10, 8 6, 5, 4, 3, 2, 1.
De ronde wordt gewonnen door de speler met het meeste punten.
3-strikes-out
Alle spelers krijgen aanvankelijk 3 "levens".
Wanneer een speler uitgeschakeld wordt, verliest hij een leven.
Pas vanaf dat een speler voor de 3de keer uitgeschakeld wordt, moet hij het spel verlaten.
Een speler die een leven verliest, krijgt de opslag en schuift één plaats naar voor in de volgorde
Op deze manier wordt het aantal spelers 1 voor 1 uitgedund en ligt de volgorde meteen vast, wat uiterst geschikt is voor finales.
De laatste speler die overblijft is logischerwijze de winnaar.

De officiële BK bal

De bal

Muurke klop zou in principe met elk soort bal gespeeld kunnen worden. Voor elk groot toernooi moet wel duidelijk bekend gemaakt worden met welk type bal er gespeeld zal worden. Voor het Belgisch Kampioenschap wordt er gespeeld met Kipsta Sunny 300 (maat 5) ballen.

Het terrein

De officiële voorschriften voor het terrein zijn als volgt:

De muur
Moet een hard en effen en niet te glad oppervlak zijn
Moet tussen 3,5 en 7 meter breed zijn (5 meter op het BK)
Moet tussen 2,5 en 5 meter hoog zijn (3,75 meter op het BK)
Bevat een opslagvlak in het midden op 8 meter van de muur
Bevat een achterlijn op 3 meter van de effectieve achtergrens, voor terreinen dieper dan 10 meter
De ondergrond
Moet een egaal, verhard en niet te glad oppervlak zijn
Eventuele oneffenheden in het terrein mogen de te verwachten botsrichting van de bal zo min mogelijk beïnvloeden
Het terrein
Moet minstens 2 maal zo breed zijn als de muur. Dit om te voorkomen dat een bal onder een scherpe hoek te snel "buiten spel" geraakt
Moet minstens 10 meter diep zijn, om te voorkomen dat een bal voorbij de achterlijn zou geraken en de spelers voldoende ruimte te geven.

Accessoires

Accessoires om de handen of polsen, zoals handschoenen of polsbeschermers, worden niet toegelaten, tenzij kan bewezen worden dat dit nodig is om medische redenen.